Cardiologie

Aandoeningen van het hart zien we frequent op de praktijk, zowel bij honden als katten. Voornamelijk oude dieren worden door hartkwalen getroffen, maar ook jonge dieren lijden er soms aan. Een hartafwijking kan aangeboren zijn maar kan ook op latere leeftijd pas verworven zijn. Sommige hartaandoeningen zijn erfelijk.

Bij oude, kleine rashonden komt het frequent voor dat de hartkleppen beginnen te lekken doordat er bindweefselknobbels op de kleppen ontstaan (endocardiose). Bij grote hondenrassen zien we voornamelijk het verslappen en dunner worden van de hartspier (dilatorische cardiomyopathie). Bij katten zien we dan weer vaker dat de hartspier te dik wordt (hypertrofische cardiomyopathie).

Het tijdige vaststellen van een hartprobleem is van groot belang. Daarom wordt tijdens een klinisch onderzoek zoals bv. bij de vaccinatie steeds naar het hart geluisterd. Met een hartauscultatie kunnen we hartproblemen zoals een hartruis of hartritmestoornissen vaststellen. Vele patiënten hebben in de beginfase vaak nog geen hartklachten maar vereisen dan wel extra  opvolging.

Klachten die kunnen optreden ten gevolge van een hartaandoening zijn:

  • verminderde uithouding
  • zwaardere ademhaling
  • benauwdheid
  • hoesten
  • vermageren
  • flauwtes
  • vochtophopingen in borst of buik
  • achterblijven in groei bij jonge dieren

Onze praktijk beschikt over een uitgebreid gamma aan diagnosemiddelen om hartaandoeningen te detecteren en zo onze hartpatiënten een gepaste therapie en opvolging te kunnen verzekeren. We beschikken over een radiografietoestel voor borstfoto´s, een echografietoestel voor hartecho´s, een ECG voor hartritmestoornissen en een bloeddrukmeter.

ECG

Tijdens een ECG (elektrocardiogram) wordt de elektrische activiteit in de hartspier gemeten. Hiervoor koppelen we vier geleidingsdraden vast aan de patiënt met behulp van zachte pads die aan de onderkant van de voetzolen worden gekleefd. Een computer registreert de hartslagfrequentie en het elektrische signaal dat bij elke slag door het hart wordt gestuurd. Afwijkingen die op het ECG worden gezien kunnen een belangrijk hulpmiddel zijn om een hartaandoening te diagnosticeren. Ook bij bepaalde systemische aandoeningen is het soms aangewezen om een ECG te laten afnemen om interne invloeden op de hartactiviteit op te volgen. Patiënten die onder narcose worden gebracht worden ook standaard aan het ECG gekoppeld om de algemene toestand van het dier te monitoren.

Echocardiografie

Echocardiografie is een onderzoek van het hart met behulp van echografie. Deze methode van beeldvorming geeft ons een 2D beeld van het hart waarop we de hartstructuren kunnen beoordelen. We kunnen o.a. de dikte van de hartspier en de grootte en de vorm van de hartkamers bepalen. Daarnaast bekijken we de hartkleppen, het hartzakje en de grote bloedvaten zoals de aorta en longslagader.

Een echocardiografisch onderzoek wordt geadviseerd bij patiënten met een hartruis, hartritmestoornissen, hoesten, een verminderde uithouding of vochtophopingen. Deze techniek laat ons toe om hartkwalen zoals bijvoorbeeld HCM (hypertrofische cardiomyopathie), andere (aangeboren) hartafwijkingen en mitralisklepinsufficiëntie (lekkage van de linker hartklep) te diagnosticeren.

Een echocardiografie is een pijnloos onderzoek voor uw huisdier. De patiënt wordt in een donkere kamer hiervoor op een speciaal gewatteerde tafel in zijlig gelegd. Om de kwaliteit van de echobeelden te optimaliseren, scheren we net voorbij de oksels op de borstkas de haren weg en maken we gebruik van echogel. Slechts zelden moet een dier voor het maken van een echocardiografie verdoofd worden.