Reptielen Met uw reptiel naar de dierenarts

Een reptiel meenemen naar de dierenarts is niet altijd even evident. Er zijn een aantal aandachtspunten waarop u kunt letten om het dierenartsenbezoek zo vlot mogelijk te laten verlopen voor zowel u als uw reptiel.

  • Bij iedere consultatie zal uw dierenarts, naast het algemeen klinisch onderzoek van uw reptiel, ook een staal van de mondholte en de mest bekijken onder de microscoop. Dit gebeurt ideaal gezien op een vers meststaal meegenomen van bij u thuis. Indien er geen verse mest in het terrarium ligt op de dag van het bezoek, mag u dit na het dierenartsenbezoek binnenbrengen aan de balie van onze praktijk, zodat dit microscopisch bekeken kan worden. Ook mag u voor de dag van het bezoek al mest binnenbrengen.
  • Uw dierenarts zal een uitgebreide beschrijving vragen van uw terrarium. Reptielen hebben namelijk specifieke noden in verband met hun huisvesting, ook naargelang de soort. Indien bepaalde zaken niet optimaal zijn, leidt dit tot stress en een daling van de immuniteit waardoor parasieten en andere ziekten de kop op kunnen steken.
  • Reptielen zijn poikilotherm. Dat wil zeggen dat ze voor het behoud van hun lichaamstemperatuur afhankelijk zijn van de temperatuur van de omgeving. Dit beïnvloedt ook hun activiteit en gedrag. Een autorit naar de dierenarts in een onverwarmde transportdoos kan dus al snel zorgen voor een afname in lichaamstemperatuur. Daarom raden wij aan om een warmte-element bij in de transportdoos te steken.
  • Omwille van bovenstaande redenen is ook een huisbezoek mogelijk. Zo kan de dierenarts de activiteit en het gedrag in thuisomstandigheden en de huisvesting van uw reptiel nauwkeurig beoordelen. 

Uw dierenarts is er niet enkel voor u en uw reptiel in geval van ziekte, maar kan u ook advies geven over een optimaal management van uw terrarium en voeding om problemen in de toekomst te vermijden.

Ook bij aankoop van een nieuw reptiel zijn er een aantal aandachtspunten waarop moet worden gelet. Wordt uw dier geïntroduceerd in een groep van reptielen of is het uw eerste reptiel? Uw dierenarts kan u tips en voorzorgsmaatregelen verschaffen om de verwelkoming van uw nieuw reptiel zo vlot mogelijk te laten verlopen.

Het dierenartsenbezoek

Het consult begint met een vraaggesprek om een juist beeld te vormen van het probleem en de mogelijke oorzaken.

  • De afkomst van uw dier kan een cruciale rol spelen in het voorkomen van ziektes bij uw dier. Dieren die gevangen zijn in het wild ondervinden meer stress. Hierdoor daalt de immuniteit en is het dier gevoeliger voor parasieten en andere ziekten. Informeer dus bij aankoop van een dier of het gaat over wildvang of nakweek.
  • De huisvesting: niet alleen de afmetingen van uw terrarium zijn van belang, ook de inrichting heeft invloed op het welzijn van het dier en bepaalt zo mee de gezondheid van uw reptiel. Uw dierenarts kan ook advies geven om problemen in de toekomst te voorkomen.
  • De voeding en specifieke vitamine-mineralenbehoeften.
  • Informatie over de laatste vervellingen.
  • Gedrag van het reptiel in het terrarium.
  • Verdere vragen over het specifiek probleem waarmee u met uw dierenarts naar de praktijk komt. 

Het klinisch onderzoek van reptielen verloopt anders dan dat van honden en katten. Toch zijn er ook grote gelijkenissen. Waarop let een dierenarts zoal tijdens de consultatie? 

  • De alertheid van uw reptiel vertelt de dierenarts al veel over de prognose. Kijkt uw reptiel rond, staat het mooi op zijn pootjes, tongelt uw slang nog goed… of ligt het plat op zijn buik op tafel? 
  • Vertoont uw dier gedrag dat normaal is voor de omstandigheden? Een dier dat normaal gezien afweergedrag vertoont en dit nu niet doet, is bijvoorbeeld een alarmbel. 
  • Voedingstoestand: hierbij wordt gekeken naar wat normaal is voor de soort. Zo mag de ruggengraat van een slang niet uitsteken en hebben gecko’s normaal een vetreserve in hun staart. 
  • Hydratatietoestand: onder andere diepliggende ogen verraden dat het dier gedehydrateerd is. 
  • Huid: de vervellingstoestand, kleur en aanwezigheid van parasieten worden nauwkeurig onderzocht door uw dierenarts. 
  • Lichaamstemperatuur: dit wordt niet gemeten tijdens een dierenartsenbezoek omdat het reptiel meestal afgekoeld is door de autorit. Wel is informatie over de temperatuurgradiënt en het gedrag van uw reptiel in het terrarium heel nuttig. Soms zoeken dieren de warmte meer op dan normaal, of leggen ze zich juist altijd in een koud hoekje. 
  • Het ademhalingsstelsel: de ademhalingsbewegingen van een reptiel mogen niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Indien uw waterschildpad schuin drijft in zijn aquarium, of uw reptiel zijn kop omhooggericht houdt, kan dit wijzen op een ziekte van het ademhalingsstelsel. Ook neusvloei is een regelmatig voorkomend probleem bij o.a. schildpadden en is indicatief voor bepaalde virale infecties.
  • Verbeningsgraad: indien de huisvesting (met name UV-licht) en voeding van uw reptiel niet optimaal is, kunnen er calciumtekorten ontstaan. Dit geeft aanleiding tot ‘metabolic bone disease’ met een verzwakking van de beenderige structuren van uw reptiel tot gevolg. Hierdoor kunnen zelfs fracturen ontstaan. Ook zal uw reptiel zich algemeen verzwakt voelen. 

Bij iedere consultatie wordt een microscopisch onderzoek van een staal van de mondholte en cloaca/vers meststaal uitgevoerd. Dit om na te gaan of uw reptiel last heeft van parasieten van het spijsverteringsstelsel, dewelke kunnen zorgen voor ziekte.

Onze praktijk is ook voorzien met een radiografietoestel om radiologische opnames te nemen. Hiermee kan de verbeningsgraad van uw reptiel worden ingeschat, maar kunnen ook fracturen en andere aandoeningen worden opgespoord. Door het nemen van contrast-radiografieën kunnen het spijsverteringsstelsel en de darmtransit worden beoordeeld.

Ook echografie en endoscopie bij reptielen behoren tot de diagnostische mogelijkheden in onze praktijk.

Indicaties van gezondheidsproblemen

Ziekten bij reptielen worden in de meeste gevallen veroorzaakt door het management dat niet optimaal verloopt. Iedere reptielensoort heeft specifieke noden en behoeften op vlak van huisvesting en voeding. Uw dierenarts kan u helpen het management van uw reptiel op punt te stellen om problemen in de toekomst te voorkomen.


Een aantal zaken kunnen alarmbelletjes zijn voor een onderliggend probleem: 

  • Dysecdysis of een probleem met de vervelling: slangen vervellen normaal gezien in één keer, terwijl hagedissen en schildpadden wel in flardjes mogen vervellen. Indien dit niet normaal verloopt, kan dit betekenen dat er een probleem is met het management van uw reptiel, of dat het lijdt aan stress of inwendige/uitwendige parasieten. Problemen in de vervelling kunnen zorgen voor afsnoering van teentjes of lichaamsversierselen.
  • Een schildpad met bultig schild: een bultig schild kan verschillende oorzaken hebben, namelijk ‘metabolic bone disease’, te veel eiwit in de voeding en een te droge opkweek van jonge schildpadjes. In geval van ‘metabolic bone disease’ kan uw schildpad ook een te kort kopje met papegaaienbekje ontwikkelen.
  • Veranderd gedrag: is uw reptiel lustelozer, minder actief, ligt het heel vaak in een koude hoek of juist heel de tijd onder de warmtelamp? Of vertoont het minder afweergedrag dan normaal? Dit kan betekenen dat uw dier ziek is. Reptielen zijn heel goed in het verbergen van ziekte, en tonen dit vaak pas laat.
  • Dyspnee of ademhalingsstoornissen: de ademhaling van een reptiel mag normaal niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Indien uw reptiel met open bek ademt, slijmen of neusvloei vertoont, schuin ronddrijft in het aquarium of met de kop omhoog in het terrarium ligt, zijn dit alarmbellen en is een dierenartsenbezoek sterk aangeraden.
  • Kleurveranderingen van de huid.

Aandachtspunten bij aankoop van een nieuw reptiel:

Bij aankoop van een nieuw dier staat uw dierenarts klaar om de toestand van het dier te controleren en indien nodig het dier te ondersteunen zodat het een goede start kan maken. Zo kan uw dierenarts parasieten behandelen die uw dier kunnen verzwakken en andere dieren kunnen besmetten of uw dier rehydrateren in geval van uitdroging.

  • Indien u van plan bent om een nieuw reptiel te kopen, is het belangrijk dat u zichzelf informeert over de afkomst van het dier en dat u op de hoogte bent van de voorzorgsmaatregelen die genomen moeten worden, met name als u het dier wil introduceren in een groep van reptielen.
  • Een nieuw reptiel wordt idealiter in eerste instantie in quarantaine gehouden. Dit wil zeggen dat het minstens zes weken in afzondering moet worden gehouden van uw andere reptielen om besmettelijke ziekten uit te sluiten en uw reptielenbestand te beschermen.
  • Ook kan het nodig zijn om voor de introductie van uw reptiel in een groep, een ingangscontrole op ziektes uit te voeren. Dit om te voorkomen dat het nieuw reptiel, dat niet altijd toont dat het ziek is, uw reptielenbestand kan besmetten.
  • Verder moeten reptielen volgens de wet geïdentificeerd kunnen worden, net zoals katten en honden. Dit kan gebeuren door middel van foto’s of het plaatsen van een chip.